WHOA: schulden saneren zonder faillissement, en waarom nu

Vandaag schoof Pieter Christiaan van Prooijen – partner bij Hermes Advisory – als gastspreker aan bij de Ondernemer om te praten over het voorkomen van faillissementen.

De WHOA, voluit de Wet homologatie onderhands akkoord, maakt het mogelijk om buiten faillissement een akkoord met schuldeisers te sluiten. Ook als niet iedereen meewerkt, kan de rechter dat akkoord bindend verklaren. Voorwaarde is dat de onderneming in de kern levensvatbaar is en dat schuldeisers beter af zijn dan bij een faillissement.

Voor veel ondernemers komt die vraag nu dichterbij. Niet omdat de coronacrisis terug is, maar omdat de nasleep ervan zich pas laat voelt.

Waarom de WHOA juist nu weer actueel is

De overheidssteun tijdens corona heeft goed gewerkt. Uitgestelde belastingen en overbruggingsleningen hielden veel bedrijven overeind. Nederland ontsnapte daardoor tot nu toe aan de faillissementsgolf die in andere landen wel zichtbaar was.

Toch zit het venijn mogelijk in de staart. Ondernemers die hun coronaschulden nog niet hebben afgelost, hebben vaak een dieper probleem dan uitstel alleen. Maar ook de groep die wel heeft betaald, is kwetsbaar. Zij gebruikten spaargeld of investeringsruimte om de Belastingdienst terug te betalen.

Zo ontstaat een groep bedrijven die gezond lijkt, maar weinig vet op de botten heeft. „Doordat ondernemingen uitgestelde belastingen moeten terugbetalen, zie je dat hun flexibiliteit verdwijnt”, zegt Pieter Christiaan van Prooijen van Hermes Advisory. Met stijgende kosten en opgebruikte reserves verwacht hij dat richting 2027 meer ondernemers in de problemen komen. „De pijn zit altijd in het einde.”

Hoe werkt een WHOA akkoord?

De kern van de WHOA is overzichtelijk. Een onderneming biedt haar schuldeisers een deel van hun vordering aan. Dat is meer dan zij bij een faillissement zouden krijgen. De wettelijke basis staat in artikel 370 en verder van de Faillissementswet.

Een eenvoudig voorbeeld maakt het concreet. Een bedrijf kan drie schuldeisers niet volledig betalen. Twee accepteren 50 procent, de derde weigert. Zonder WHOA kan die ene partij het hele akkoord blokkeren. Met de WHOA kan de rechter het akkoord homologeren, waarna het ook voor de weigeraar geldt.

Daarbij gelden enkele uitgangspunten:

  • Stemmen in klassen. Schuldeisers met vergelijkbare rechten stemmen samen, bijvoorbeeld de bank, de Belastingdienst en de leveranciers.
  • Meerderheid per klasse. Een klasse stemt in als schuldeisers met samen ten minste twee derde van het bedrag aan vorderingen van de stemmers vóór zijn.
  • Beter dan faillissement. Geen enkele schuldeiser mag slechter af zijn dan bij een faillissement. „Iedereen moet beter af zijn dan bij een faillissement”, vat Van Prooijen samen.
  • Toets door de rechter. De rechter beoordeelt of het akkoord zorgvuldig tot stand is gekomen en of de verdeling eerlijk is.

Welke schuldeisers u in het akkoord betrekt, is een strategische keuze. Daarover leest u meer in het artikel over schuldeisers binnen en buiten het akkoord houden.

Waarom stemmen schuldeisers in met een schuldakkoord?

Een schuldakkoord begint zelden in een rustige sfeer. Schuldeisers zijn boos omdat ze niet alles terugkrijgen. Ondernemers voelen druk en vaak ook schaamte.

Na enkele weken verandert die dynamiek meestal. Schuldeisers gaan rekenen. „Dan zie je dat ze rationaliseren en zeggen: als ik failliet ga, krijg ik niets. Als ik doorga, krijg ik misschien 20 of 30 procent.”

Daar zit de waarde van een goed akkoord. Het saneert niet alleen schulden, het behoudt ook economische relaties. Een leverancier die een deel van zijn vordering laat vallen, houdt wel een klant. Bij een faillissement verliest hij beide.

Wanneer is de WHOA geen oplossing?

Een akkoord is niet altijd de beste uitkomst. Een WHOA procedure heeft alleen zin als het bedrijf na sanering op eigen kracht verder kan. Is de onderneming operationeel niet winstgevend, dan lost een akkoord het probleem niet op. Het stelt het alleen uit.

„Een faillissement is soms ook een oplossing”, zegt Van Prooijen. „Dat klinkt cru, maar het kan beter zijn dat een onderneming die niet winstgevend is, ophoudt te bestaan.” Die afweging is hard, omdat achter elk bedrijf mensen zitten. Toch hoort eerlijkheid daarover bij het vak.

Of een traject kansrijk is, valt meestal binnen een halve tot een hele dag te beoordelen. Daarbij spelen twee vragen:

Wat kost een WHOA procedure?

De WHOA kosten hangen vooral af van het aantal schuldeisers en de complexiteit van de onderneming. Elke schuldeiser moet worden geïnformeerd, kan zijn vordering controleren en moet kunnen stemmen. Bij een handvol schuldeisers is dat goed te overzien. Bij tientallen wordt het een omvangrijke administratieve klus.

Juist dat handmatige werk maakte de WHOA lange tijd duur voor het mkb. Daarom ontwikkelde Hermes Advisory ICRA, een cloudapplicatie voor herstructureringsplannen. Schuldeisers worden daarin uitgenodigd, controleren hun vordering, maken zo nodig bezwaar en brengen hun stem uit. „Als er meer dan dertig schuldeisers zijn, is het eigenlijk zonder applicatie niet te doen”, aldus Van Prooijen.

Naast de proceskosten telt de kwaliteit van de onderbouwing. Een akkoord dat de toets van de rechter niet doorstaat, kost uiteindelijk meer. Uit de ervaring met zo’n 150 schuldakkoordtrajecten en het werk als door de rechter benoemd deskundige blijkt steeds hetzelfde: succesvolle WHOA-trajecten vergen een gedegen voorbereiding.

Wanneer moet u ingrijpen?

Veel ondernemers in de problemen wachten. Ze denken dat het volgende maand wel beter wordt. Dat is begrijpelijk, maar het verkleint de ruimte om bij te sturen.

Een eenvoudige toets helpt. Kijk of uw bedrijf operationeel winstgevend is. Gaat die winst vervolgens volledig op aan aflossingen, dan is ingrijpen nodig. „Je moet niet alleen voor je schuldeisers werken. Als ondernemer moet je er zelf ook wat aan overhouden en je bedrijf kunnen laten groeien.”

Signalen dat het tijd is om de WHOA serieus te overwegen:

  • De buffer op de bankrekening slinkt maand na maand.
  • Er is geen ruimte meer voor investeringen of vervanging.
  • Betalingsregelingen met de Belastingdienst of leveranciers stapelen zich op.
  • De bank stelt vragen of verscherpt de voorwaarden.

Het belangrijkste is timing. Op het laatste moment blijft vaak alleen een faillissement over, en juist dat wil u voorkomen. Wie eerst wil weten of een akkoord voor zijn onderneming haalbaar is, kan dat nagaan via de quick scan.

Veelgestelde vragen

Kan de Belastingdienst gedwongen worden mee te doen aan een WHOA akkoord?

Ja, dat kan onder voorwaarden. De Belastingdienst stemt meestal in een eigen klasse. Stemt die klasse tegen, dan kan de rechter het akkoord toch homologeren als andere klassen hebben ingestemd en aan de wettelijke eisen is voldaan. Daarbij toetst de rechter onder meer of de Belastingdienst niet slechter af is dan bij faillissement en of de verdeling over de klassen eerlijk is.

Blijf ik als directeur aan het roer tijdens een WHOA procedure?

Ja. Anders dan bij een faillissement komt er geen curator die het bedrijf overneemt. De ondernemer houdt de leiding en bereidt zelf het akkoord voor, meestal met een adviseur. Op verzoek kan de rechter een herstructureringsdeskundige of observator aanwijzen. Die houdt toezicht op het proces, maar neemt het bestuur niet over.

Hoe lang duurt een WHOA traject gemiddeld?

Dat hangt af van de voorbereiding, het aantal schuldeisers en eventuele bezwaren. Een goed voorbereid traject met een overzichtelijke schuldenpositie kan binnen enkele maanden worden afgerond. Meer tijd is nodig als schuldeisers de waardering betwisten of als er meerdere entiteiten bij betrokken zijn. Een betrouwbare cijfermatige onderbouwing vooraf voorkomt de meeste vertraging.

Is een WHOA procedure openbaar?

De wet kent een openbare en een besloten variant. Bij de besloten variant wordt het traject niet publiek aangekondigd, wat reputatieschade bij klanten en leveranciers kan beperken. Voor mkb-ondernemingen is dat vaak de gebruikelijke route. De keuze heeft wel gevolgen voor de internationale erkenning van het akkoord, wat vooral speelt bij ondernemingen met buitenlandse schuldeisers.